Tegen efficiëntie

Editorial  
Bart Decroos  
17 Maart 2026

In een tijd waarin populisme het wantrouwen jegens de overheid terug aanwakkert, wordt het des te belangrijk om de zichtbaarheid van overheidsdiensten te versterken. De vitrine op ‘de Zuid’ in Gent, in de voormalige bibliotheek, biedt precies zo’n kans. De installatie van Stand Van Zaken die er in 2024 werd opgebouwd, staat er nog steeds als een stille uitnodiging.

Macht, geld en het publieke debat

Op 20 januari 2025 werd Donald Trump ingehuldigd als 47e president van de Verenigde Staten. De mediabeelden van een stelletje mannelijke miljardairs dat met veel enthousiasme Trumps nieuwe termijn toejuichte, bevestigde opnieuw het publieke geheim van de Amerikaanse politiek: dat the land of the free vooral een home for the rich is. Het is niet toevallig dat hetzelfde clubje miljardairs zich dan ook meester heeft gemaakt van de vele sociale mediaplatformen waar in de 21e eeuw het publieke debat op plaatsvindt. Zoals Yanis Varoufakis terecht opmerkt in zijn laatste boek: het kapitalisme muteert stilaan richting een nieuwe techno-feudalisme.

Regent het in de Verenigde Staten, dan druppelt het op z’n minst ook in Europa. Herinner de korte en controversiële aanstelling van Elon Musk als hoofd van het zogenaamde Department of Government Efficiency (DOGE), wiens pleidooi voor een kleine overheid al snel navolging kreeg aan deze kant van de Atlantische oceaan. Die roep om een strenge overheidsefficiëntie, met bezuinigingen en grootschalige ontslagen als doel, is echter niets nieuws. Het is dezelfde retoriek die politici als Margaret Thatcher en Ronald Reagan in de jaren tachtig gebruikten om de overheid af te bouwen en de markt te dereguleren.

Maar wanneer je het ene minimaliseert, maximaliseer je vaak vooral iets anders. Het inperken van de overheid doet haar niet verdwijnen — ze verzwakt. In een werkelijke open samenleving is een ander woord voor ‘overheid’ eenvoudigweg ‘het volk’, of beter, de manier waarop burgers inspraak kunnen hebben in de organisatie van hun eigen samenleving. Het ambtenarenapparaat bestaat immers uit medeburgers die de vaak beperkte agenda van verkozen politici uitbreiden met onderzoek, langetermijnvisie en verdere inspraak. Neem die inspraak weg en de overheid wordt vooral een instrument voor de machtigsten om hun eigen belangen te vergroten.

Waar de overheid uit beeld verdwijnt

Het discours van efficiëntie heeft bovendien iets zelfbevestigends. Het drijft op een wantrouwen tegenover de overheid en bouwt diezelfde overheid vervolgens af, waardoor ze nog minder zichtbaar wordt en het wantrouwen verder groeit. De anonimiteit van het publieke leven versterkt die spiraal: overheidsdiensten zijn dan misschien wel aanwezig op sociale media, maar het echte gesprek verloopt steeds vaker via online portalen, formulieren en binnenkort ook AI-gestuurde interfaces, allemaal vanuit dezelfde drang naar efficiëntie.

Ook de gebouwen waarin de overheid huist en waar de burger amper nog fysiek verschijnt, dragen die paradox in zich. Het recent geopende Stadskantoor van Gent werd bijvoorbeeld ontworpen als een efficiënt werkende en uiterst transparante administratieve machine. Die helderheid en schaal passen bij de hedendaagse organisatie van een stadsbestuur, maar maken het gebouw tegelijk minder vanzelfsprekend als plek waar de burger zich kan nestelen of waar een gesprek spontaan ontstaat. Het moderne streven naar abstractie en neutraliteit toont hier zijn grenzen: het resulteert in een ruimte die dan wel functioneel is, maar minder herkenbaar of huiselijk dan een publieke plek soms vraagt.

Een ruimte die blijft

Een andere piste werd verkend in het kader van Ghent European Youth Capital, toen het ontwerpcollectief Stand Van Zaken in 2024 samen met jongeren een ruimte voor dialoog en debat bouwde in de vitrine van de voormalige bibliotheek, bestaande uit een podium, een besloten amfitheater en een ontmoetingspunt. De architectuur van dit salon – in de klassieke zin van een plek voor het uitwisselen van ideeën – staat haaks op de heersende moraal van efficiëntie. De ruwe, industriële materialen en de fysieke zwaarte van de constructie maken het ongeschikt voor de gestroomlijnde flexibiliteit van een hedendaagse bedrijfscultuur. Het weigert onzichtbaarheid.

Na afloop van het Youth Capital-jaar bleef de inrichting enige tijd verweesd achter. Vandaag is die situatie veranderd. De stad heeft de vitrine intussen een programmatorisch mandaat gegeven: een vaste plek voor de gesprekken rond het Woonpact, voor de bijeenkomsten van de kwaliteitskamer van de stadsbouwmeester en voor initiatieven die de toekomst van Gent publiek en bespreekbaar maken. Op een moment waarop het wantrouwen tegenover de overheid opnieuw wordt aangewakkerd en het publieke debat grotendeels verschoven is naar geprivatiseerde digitale ruimtes, is het belang van tastbare ontmoetingsplekken moeilijk te overschatten.

In de historische traditie van literaire, filosofische en feministische salons biedt de vitrine zo een kans om het publieke debat terug tastbaar te maken en de overheid een herkenbaar gezicht te geven. De architectuur is er al. En nu deze plek actief wordt bewoond, kan de inrichting eindelijk doen waarvoor ze gebouwd is: een ruimte zijn waar de stad zichtbaar wordt.

——

BART DECROOS is architect en schrijver. Deze tekst werd oorspronkelijk geschreven in 2024, maar wordt nu met enkele kleine wijzigingen gepubliceerd naar aanleiding van de lancering van het Woonpact Gent en vragen die leven over de invulling.
 

Website Bart Decroos
Website Ghent European Youth Capital 2024
Publicatie Stadskaart Pro(pa)Ganda
Website Stand Van Zaken