Pro(pa)Ganda

Tussen podium, tribune en stad

Gesprek  
Stand Van Zaken  
20 Januari 2026

In het kader van Ghent European Youth Capital liep in 2024 een project dat samen met jongeren een plek wilde maken waar debat over de stad niet alleen kan plaatsvinden, maar ook vorm krijgt. Hoe ziet zo’n ruimte eruit? Wat kan een fysieke omgeving betekenen voor gesprek, engagement en collectieve aandacht? Het project kreeg de naam Pro(pa)Ganda – de etalageruimte van het huidige stadskantoor was ooit het propagandacentrum van de stedelijke elektriciteits-, gas- en watercentrale. Stadsbouwmeester Peter Vanden Abeele ging in gesprek met de ontwerpers van Stand Van Zaken.

Ontwerpen als collectieve praktijk

Opvallend genoeg draaide het gesprek nauwelijks rond de totstandkoming in procedurele zin. Misschien omdat dit project eerder groeide dan gebouwd werd. Of omdat het vertrekpunt geen blanco opdracht was, maar een uitgesproken ambitie: samen met jongeren een ruimte ontwikkelen waar debat, ontmoeting en verschil een fysieke vorm krijgen.

Dat Stand Van Zaken zich hierin engageerde, is geen toeval. Het ontwerpcollectief beweegt zich op het snijvlak van architectuur, interieur, scenografie en meubelontwerp. Caroline Lateur en Stefanie Everaert werken ook samen onder de naam Doorzon interieurarchitecten en vormen met Theo De Meyer een praktijk die zich zelden neerlegt bij een neutrale rol voor ontwerp. Van de Biënnale van Venetië tot Horst Arts & Music Festival: hun werk vertrekt niet vanuit een vast programma of een eenduidige opdrachtgever, maar vanuit samenwerking, gebruik en het innemen van een positie.

Met een Vlaamse projectsubsidie van het Departement Cultuur kregen ze de ruimte om die houding ook hier door te trekken: niet ontwerpen voor jongeren, maar met hen, en onderzoeken hoe ontwerp kan bijdragen aan een gedeelde publieke aandacht.

De glazen bokaal

De context was allesbehalve evident. De etalageruimte van het stadskantoor is een hoge, volledig glazen doos, met grote glaspartijen rondom en een uitgesproken architecturale aanwezigheid – van vloer tot sterrenplafond. Er mocht nergens verankerd worden in de bestaande structuur. Maar voor Stand Van Zaken was dat geen reden om zich terughoudend op te stellen.

Integendeel. “Een niet-ontworpen leegte is ook een keuze,” zegt Theo. “En vaak geen goede.” In plaats van te verdwijnen in generieke of hyperflexibele oplossingen, kozen de ontwerpers voor duidelijke, monumentale ingrepen. Permanent in uitstraling, tijdelijk in realiteit: alles is volledig demonteerbaar, maar nergens vrijblijvend.

Die houding sluit aan bij eerdere projecten van het collectief. Caroline herkent dezelfde discussie uit een eerdere scenografie voor de vaste collectie van Design Museum Gent: “We wilden daar ook niet verdwijnen in witte, generische sokkels. Dat lijkt veilig, maar het deed geen recht aan de tentoongestelde objecten en ruimte.” “Wij geloven dat een sterke ruimte en een sterke ingreep elkaar net kunnen versterken,” vult Stefanie aan. “Mits je zorgvuldig ontwerpt en reageert op wat er al is.”

Vier ingrepen in samenhang


© Ronny Duquenne
© Ronny Duquenne
© Ronny Duquenne
© Ronny Duquenne

Het ontwerp van Pro(pa)Ganda bestaat uit vier duidelijke architecturale ingrepen die samen de ruimte herdefiniëren. Een eerste element is de wand die de glazen bokaal in twee deelt. Ze creëert richting en rugdekking zonder de ruimte te sluiten. Voor de wand ligt een podium in losse tegels, nauwelijks enkele centimeters verhoogd omwille van toegankelijkheid. Het is geen verheven spreekgestoelte, maar een lichte verschuiving in niveau die aandacht organiseert zonder hiërarchie.

Daarnaast is er het anatomisch theater: een ronde tribune rond een centrale tafel, met wand en tapijt. De typologie dwingt nabijheid af en nodigt uit tot een ander soort gesprek dan de klassieke vergaderopstelling. “Het maakt overleg ‘conviviaal’,” zegt Peter. “Je zit niet tegenover elkaar, maar samen rond iets.”

Een derde element is het stedelijk ornament: een zwaar, onverplaatsbaar object dat kan dienen als zit- of hangmeubel. Het verwijst naar historische sokkels, fonteinen en zuilen in de stad, en sluit aan bij eerdere onderzoeken van de ontwerpers naar vast stedelijk meubilair, zoals het straatmeubilair voor de café Labath (Theo De Meyer). Het is geen bank in de klassieke zin, maar een element dat uitnodigt tot toe-eigening zonder instructie. Theo: “Soms heb je aan een muurtje van veertig centimeter al genoeg. Je hoeft niet te zeggen: dit is een bank. Mensen weten automatisch wat ze met zo’n element kunnen doen.” Hij verwijst naar de Graslei in Gent, waar een subtiel hoogteverschil toelaat om te zitten, te leunen of te blijven hangen. “Dat is geen toeval. Als stedelijk model werkt dat heel goed.”

Tot slot is er het ophangsysteem langs de glaspartijen: een modulair montagesysteem voor panelen en presentatiemateriaal. Meer technisch van aard, maar essentieel om de vitrine ook inhoudelijk te activeren en het debat zichtbaar te maken naar buiten toe.

Tegen flexibiliteit

Opvallend is dat geen van deze ingrepen inzet op verplaatsbaarheid. Waar flexibiliteit vaak wordt vertaald naar lichte meubels op wielen, kiest Stand Van Zaken hier resoluut voor zwaarte, stapeling en fixiteit. Niet uit koppigheid, maar uit ervaring.

“Los meubilair vraagt veel van gebruikers: beslissingen, zorg, discipline” zegt Stefanie. “In gedeelde ruimtes leidt dat vaak tot rommel en verlies van identiteit. Door sterke, onverplaatsbare elementen te introduceren, blijft de ruimte leesbaar, zelfs wanneer ze door verschillende gebruikers met uiteenlopende agenda’s wordt ingezet.”

Bouwen als ontwerp

De materialiteit van Pro(pa)Ganda is geen esthetische laag achteraf, maar het resultaat van een bouwlogica die van bij het begin meespeelde. Elk element werd ontworpen vanuit de vraag: hoe kunnen we dit zelf maken, met een beperkt budget, door niet-specialisten? Die aanpak leidt tot eenvoudige constructies die werken met zwaartekracht, stapeling en slimme montage. Steen, hout, golfplaat: materialen die betaalbaar zijn of gerecupereerd kunnen worden, maar zorg en precisie vereisen.

“Zelf bouwen betekent voor ons niet improviseren,” zegt Theo, “Het betekent verantwoordelijkheid nemen tot op detailniveau.” Die houding zie je in alles: in de maatvoering van de meubels, in de zichtbare constructies. Niets is overbodig afgewerkt, maar alles is precies. Het resultaat balanceert bewust op de rand tussen robuust en verfijnd, ver weg van een vrijblijvende DIY-esthetiek.

Tijdens het bouwen bleef er ruimte voor spel. Stefanie: “Sommige vormen ontstaan gewoon aan de zaagtafel. Dan beweegt er iets, en plots krijgen banken die Epidaurus-achtige zijkanten. Dat plezier zit ook in het project.” De beeldtaal is bovendien sterk stedelijk verankerd. “De nieuwe wand is een kopie van de glaswand erboven,” zegt Theo. “De sculpturale elementen verwijzen naar wat je rondom ziet: het sterrenplafond, de beelden op het Urbisgebouw, de ornamentiek rond het Woodrow Wilsonplein. Rondkijken maakt deel uit van het ontwerp.”

Ook architectuurstudenten werden betrokken bij het maakproces. Caroline: “Werken met zwaartekracht en stapeling is heel begrijpelijk. Studenten zijn gewend aan complexe details op papier, terwijl het hier gaat over voelen, maken, proberen. Hoe positioneer ik nu best die vijzen, hoe krijg ik dat hout zacht? Dat procesmatige werkt enorm leerrijk.”

Leren van jongeren

De samenwerking met jongeren was geen illustratie achteraf, maar vormend voor het project. Vroege workshops maakten duidelijk hoe intimiderend de grote glazen ruimte kon zijn. Een eerste tijdelijke interventie, een laaghangende tent (een geleende installatie “Final Stage – Field Station & Gijs Van Vaerenbergh) met tapijt, legde de nood bloot aan geborgenheid en nabijheid. Die ervaring werd later ruimtelijk bestendigd in het anatomisch theater. Niet elke wens werd letterlijk vertaald, maar ze verscherpten wel de vragen: voor wie is deze plek? Wat betekent ‘jong’ eigenlijk? Pro(pa)Ganda werd uiteindelijk geen plek exclusief voor jongeren, maar een ruimte waarin verschillende generaties zich kunnen verhouden tot elkaar via verbeelding.

Een publieke binnenruimte

Vandaag functioneert Pro(pa)Ganda als een hybride plek: onderdeel van een stadsgebouw, maar met een uitgesproken publiek karakter. De inrichting laat toe om binnen geconcentreerd te werken, terwijl de ruimte rondom informeel en open blijft. Jongeren blijven hangen, zitten en leunen zonder zich bekeken te voelen; binnen ontstaat een setting voor gesprek en aandacht. Dat spanningsveld is geen probleem, maar precies de kwaliteit van het project.

 

Bregje Provo (Team Stadsbouwmeester)
 

———

Stand Van Zaken Instagram
Website Doorzon
Website Theo De Meyer
Website EYC

Met medewerking van: Dennis Cool, Jodocus Deblieck, Sena Karatas, Anouk Meurice, Leonie Overmeire, Arthur Reyntjens, Viktor Rooms, Laurien Thevelein, Marthe Van Rompaey, Charlotte Van Tieghem ‘@louisvdg_’‘@claeys.jef’ ‘@simon.leonard1710’ ‘@leon_devilder’ ‘@pr_b4nd00’ ‘@yty_siky’ ‘@winxsis’ ‘@internaatnieuwenbosch’ ‘@kaatindevuyst’ ‘@a_022p’ ‘@jeugdraadgent’ ‘@juliette.bundervoet’ ‘@olivia_debeuf’ ‘@milavr1102’ ‘@marrr.ova’ ‘@yuliana-girl’ ‘@van_buel_louis’ ‘@collin.beirnaert’ ‘@gauthier_bourgonjon’ ‘@_d.03a’ ‘@pamela_ptw666’ ‘@its_aliking02’